Decreet project-m.e.r.-screeningsnota
In het Belgisch Staatsblad van 20 april 2012 werd het decreet van 23 maart 2012 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bekendgemaakt.
Dit decreet past de Vlaamse project-MER-regelgeving aan in het licht van het arrest van 24 maart 2011 van het Europese Hof van Justitie. In dit arrest oordeelde het Hof dat de op dat moment geldende Vlaamse project-mer-regelgeving niet in overeenstemming was met een aantal bepalingen van de project-mer-richtlijn, omdat ze een aantal projecten opgenomen in bijlage II van de richtlijn alleen op basis van het criterium ‘omvang van het project’ uitsloot van een zogenaamde screening, zonder rekening te houden met andere relevante criteria. Om tegemoet te komen aan de bepalingen van het arrest van 24 maart 2011 worden door dit decreet wijzigingen doorgevoerd in titel IV van het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM), het milieuvergunningen-decreet en in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).
Wat betreft de wijzigingen aan titel IV van het DABM, staat de vervanging van het artikel 4.3.2. centraal. Aan de twee al gekende categorieën van projecten wordt een derde categorie toegevoegd, zodat het artikel 4.3.2. DABM voortaan dus drie (lijsten van) categorieën van projecten kent. Op de eerste lijst worden de categorieën van projecten opgenomen die altijd project-MER-plichtig zijn. De tweede lijst bevat de categorieën van projecten die in beginsel project-MER-plichtig zijn, maar waarvoor na een gemotiveerd verzoek ter zake een ontheffing van de rapportageverplichting kan worden verkregen. In een derde lijst worden de categorieën van projecten aangewezen waarvoor hetzij een project-MER, hetzij een project-m.e.r.-screeningsnota moet worden opgesteld. Een project-m.e.r.-screeningsnota betreft een gemotiveerde screeningsnota op basis waarvan door de initiatiefnemer wordt aangetoond ofwel dat er geen aanzienlijke milieueffecten verbonden zijn aan de uitvoering van zijn project, ofwel dat er vroeger een project-MER werd goedgekeurd betreffende een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of aanvullende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten. Als een project-m.e.r.-screeningsnota opgesteld wordt, wordt deze bij de vergunningsaanvraag gevoegd en moet de overheid die oordeelt over de ontvankelijkheid en volledigheid van de aanvraag, als onderdeel van deze beoordeling, een screening van het project uitvoeren en beslissen of al dan niet een project-MER moet worden opgesteld (screeningsbeslissing). Het onderzoek van de project-m.e.r.-screeningsnota gebeurt dus nadat de vergunnings-aanvraag is ingediend en integreert zo de milieueffectrapportage gedeeltelijk in de vergunningsprocedure. De decreetgever laat het aan de Vlaamse Regering over om aan de hand van de decretaal nader genoemde criteria de respectievelijke drie categorieën van projecten aan te wijzen.
Ook het milieuvergunningendecreet wordt gewijzigd om hierin rekening te houden met de hierboven genoemde derde categorie van projecten. Artikel 9, § 5 van het milieuvergun-ningendecreet wordt gewijzigd in die zin dat de termijn van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek van 14 dagen op 30 dagen wordt gebracht. Dit is nodig om de overheid bij wie een milieuvergunningsaanvraag is ingediend, toe te laten de bijgevoegde m.e.r.-screeningsnota te onderzoeken met het oog op de te nemen screeningsbeslissing. Noteer wel dat wanneer de overheid beslist dat er toch een project-MER over het project moet worden opgesteld, de aanvrager alsnog een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting kan indienen bij de dienst MER overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 4.3.3, § 3 tot en met § 9, van het DABM. In dat geval zou de aanvrager de project-m.e.r.-screeningsnota moeten kunnen gebruiken als gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting, weliswaar rekening houdend met de opmerkingen, ontvangen in de screeningsbeslissing. Artikel 18, § 3 van het milieuver-gunningendecreet wordt aangepast om ook in het kader van een hervergunning rekening te houden met de derde categorie van projecten. Hiertoe wordt aan de derde paragraaf van artikel 18 een vierde lid toegevoegd. Als de aanvraag een project-m.e.r.-screeningsnota omvat en de bevoegde overheid beslist dat een project-MER moet worden opgesteld of wanneer na een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageplicht geen ontheffing van de rapportageplicht kan worden verleend, kan de inrichting onder naleving van dezelfde voorwaarden in afwachting van de definitieve beslissing over de nieuwe aanvraag die het milieueffectrapport omvat, verder worden geëxploiteerd in zoverre die nieuwe aanvraag werd ingediend binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop de laatste beslissing over de plicht tot het opstellen van het milieueffect-rapport aan de aanvrager werd betekend.
Verder worden in de VCRO wijzigingen doorgevoerd om in de procedures binnen ons ruimtelijkeordeningsrecht rekening te houden met de introductie van een derde categorie van projecten in artikel 4.3.2. DABM.
Wijziging Vlarem I inzake beroepsmogelijkheden bepaalde overheidsinstanties
In een eerder blogbericht hebben wel al stilgestaan bij het decreet van 18 november 2011, dat o.m. artikel 24 van het Vlaamse milieuvergunningendecreet wijzigde. Dit decreet bepaalt dat de Vlaamse regering de datum van inwerkingtreding van deze wijziging van artikel 24 vast moet stellen.
De Vlaamse regering heeft uitvoering gegeven aan deze bepaling via het besluit van 13 januari 2012 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, inzake de beroepsmogelijkheden (BS 27 februari 2012).
Het gewijzigde artikel 24 van het milieuvegunningdecreet treedt in werking op 8 maart 2012. Het besluit van 13 januari 2012 past tevens artikel 49, § 1 van VLAREM I aan in functie van het voormelde decreet van 18 november 2011. Ook deze aanpassing treedt in werking op 8 maart 2012.
Bijlage XIV Reach-verordening aangevuld met acht autorisatieplichtige stoffen
De bijlage XIV van de Reach-verordening nr. 1907/2006 bevat de lijst van zeer zorgwekkende stoffen (Substances of Very High Concern, kortweg SVHC’s). Deze bijlage wordt gewijzigd bij de verordening nr. 125/2012. Vóór deze wijzigingsverordening waren er zes SVHC’s opgenomen in voormelde bijlage XIV. De verordening nr. 125/2012 voegt daar de acht volgende stoffen aan toe:
- diisobutylftalaat;
- diarseentrioxide;
- diarseenpentaoxide;
- loodchromaat;
- loodsulfochromaat geel;
- loodchromaatmolybdaatsulfaat rood;
- tris(2-chloorethyl)fosfaat (TCEP);
- 2,4-dinitrotolueen (2,4-DNT).
De toegevoegde stoffen zijn kankerverwekkend (categorie 1A of categorie 1B) of giftig voor de voortplanting (categorie 1A of categorie 1B) dan wel kankerverwekkend én giftig voor de voortplanting.
Bij opname van een stof in de bijlage XIV van de Reach-verordening geldt dat het in de handel brengen of het gebruik van de kwestieuze stof alleen kan worden toegestaan als daarvoor een autorisatie door het ECHA is verleend. Er zijn in de wijzigingsverordening overgangsbepalingen voorzien die betrekking hebben op de uiterste aanvraagdatum en de verbodsdatum (zie tabel in bijlage van de verordening).
De verordening nr. 125/2012 treedt in werking op 18 februari 2012.
Bijlage XVII REACH-verordening gewijzigd door verordening nr. 109/2012
Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1907/2006 werd in het jaar 2009 gewijzigd door verordening (EG) nr. 790/2009 van de Commissie van 10 augustus 2009 om een aantal nieuw ingedeelde CMR-stoffen in eerstgenoemde verordening op te nemen. De aanhangsels 1 tot en met 6 van bijlage XVII bij de verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH-verordening) moesten nog worden gewijzigd om deze in overeenstemming te brengen met de vermeldingen betreffende CMR-stoffen in verordening (EG) nr. 790/2009, wat gebeurt bij verordening nr 109/2012 van 9 februari 2012.
Deze wijzigingsverordening werd bekendgemaakt in het publicatieblad van 10 februari 2012 en treedt in werking op 1 maart 2012. Zij is van toepassing met ingang van 1 juni 2012.
Wijziging Vlarem II zet materiële vergissingen recht
In het Belgisch Staatsblad van 13 januari 2012 werd het besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2011 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en het besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010 wat betreft de normering van vast en tijdelijk opgestelde zendantennes voor elektromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 GHz bekendgemaakt .
Dit besluit voert enerzijds enkele materiële rechtzettingen door bij de omzetting van de Europese richtlijn 2006/7/EG (zwemwaterrichtlijn). Anderzijds zet dit besluit een materiële vergissing recht die was geslopen in de bepalingen in Vlarem II over de normering met betrekking tot vast en tijdelijk opgestelde zendantennes voor elektromagnetische golven tussen 10MHz en 10GHz.
Via dit besluit wordt ook artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne wat betreft de normering van vast en tijdelijk opgestelde zendantennes voor elektromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 GHz ingetrokken. In de plaats hiervan komen de bepalingen van artikel 6 van dit wijzigingsbesluit van de Vlaamse regering van 16 december 2011.
Het besluit treedt in werking op 23 januari 2012, met uitzondering van de artikelen 3 tot en met artikel 6 die uitwerking hebben vanaf 23 januari 2011.
Programmadecreet 2012 verschenen
In het Belgisch Staatsblad van 30 december 2011 werd het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 bekendgemaakt. Via dit decreet worden ook wijzigen aangebracht in de oppervlaktewaterenwet, het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 en het grondwaterdecreet. Deze bepalingen van het programmadecreet treden in werking op 1 januari 2012.
Een korte artikelsgewijze toelichting op basis van de parlementaire voorbereidende stukken kan u hier vinden.
Decreet duurzaam beheer materiaalkringlopen en afvalstoffen aangenomen
In de plenaire zitting van 14 december 2011 heeft het Vlaams parlement het decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen aangenomen.
Na bekrachting door de Vlaamse regering zal de tekst bekendgemaakt worden in het Belgisch staatsblad. Het decreet treedt in werking op een door de Vlaamse regering vast te stellen datum, met uitzondering van afdeling 2 van hoofdstuk 5 (milieuheffingen) die in werking treedt op 1 januari 2012.
Milieuhandhavingsbesluit aangepast
Met een besluit van 28 oktober 2011 (BS 21 december 2011) wijzigt de Vlaamse regering o.m. het milieuhandhavingsbesluit van 12 december 2008. Als gevolg van deze wijziging wordt o.a. bijlage VII van het milieuhandhavingsbesluit (het niet voldoen aan de in deze bijlage opgenomen verplichtingen van Vlarem II wordt beschouwd als een milieu-inbreuk) vervangen door de bijlage VII zoals gevoegd bij dit besluit van 28 oktober 2011.
Het besluit treedt in werking op 31 december 2011.
ISO 19011:2011 praktische richtlijnen uitvoering audits beheer managementsystemen
ISO 19011:2011 geeft voortaan praktische richtlijnen voor het uitvoeren van audits in het kader van het beheer van managementsystemen. Voorheen waren dit kwaliteits- en milieubeheersystemen. De norm kwam tot stand in 2002, werd heel recent herzien door het betrokken technisch comité ISO/TC 176 en is beschikbaar sinds 6 december 2011. De norm behelst een set richtlijnen, die op zich niet certificeerbaar zijn, waarin aandacht wordt besteed aan de principes van auditeren, het opzetten en onderhouden van auditprogramma’s, het voorbereiden, uitvoeren en rapporteren van afzonderlijke audits en de bekwaamheid van auditoren en het beoordelen daarvan. Het toepassingsgebied wordt door deze herziening uitgebreid. Het ontwikkelen van competenties van auditoren krijgt een meer prominente plaats.
Decreet wijziging beroepsmogelijkheden
In het blogbericht van 19 september 2011 kondigden we aan dat het Vlaams Parlement het ontwerpdecreet tot wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, inzake de beroepsmogelijkheden in behandeling had genomen. Inmiddels heeft de tekst de parlementaire procedure doorlopen. Het decreet werd vandaag gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Het decreet wijzigt artikel 24 van het milieuvergunningendecreet en de artikelen 4.7.21 en 4.8.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De wijzigingen hebben betrekking op de bevoegdheid van bepaalde overheidsinstanties om beroep in te stellen tegen beslissingen inzake milieuvergunningen genomen door het college van burgemeester en schepenen of door de deputatie dan wel om beroep in te stellen bij de deputatie of bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen beslissingen inzake stedenbouwkundige vergunningen. Via dit decreet wordt deze bevoegdheid om beroep in te stellen toegewezen aan de leidend ambtenaar in plaats van aan een toegewezen (gedelegeerde) ambtenaar. In de meeste gevallen komt de bevoegdheid om beroep in te stellen dus te liggen bij de secretaris-generaal (bij departementen) of de administrateur-generaal (bij agentschappen). Bij afwezigheid (bvb. vakantie of ziekte) van de leidend ambtenaar is het de ambtenaar die belast is met diens vervanging die over de bevoegd beschikt om beroep in te stellen.
De bedoeling van de decreetgever is te bewerkstelligen dat alvorens beroep wordt ingesteld er op een voldoende hoog niveau eerst een integrale afweging wordt gemaakt, net zoals de politieke overheid die de beslissing heeft genomen (college van burgemeester en schepenen of deputatie) dat heeft gedaan. Bij deze afweging dienen dan niet enkel de eigen sectorale belangen te worden bewaakt, maar moet tevens het belang van het beroep worden geëvalueerd tegenover het, door het beroep, voor geruime tijd blokkeren, minstens bezwaren van de voorgenomen handelingen of werken. Deze decreetswijziging kadert dan ook in het versnellen van investeringsprojecten en geeft uitvoering aan de aanbevelingen die in dat verband werden gedaan.
De wijziging van artikel 24 van het milieuvergunningendecreet treedt in werking op een door de Vlaamse regering te bepalen datum, aangezien een en ander best samen spoort met de analoge wijzigingen die aan Vlarem moeten worden aangebracht. De wijzigingen aan de VCRO treden in werking op 29 december 2011.